Collectieven agrarisch natuurbeheer

Een nieuw agrarisch natuurbeheer

Het subsidiestelsel voor agrarisch natuurbeheer gaat veranderen. De reden hiervoor is dat efficiënter en effectiever gewerkt moet worden. Dat betekent kort gezegd dat er meer resultaat moet worden gehaald met minder organisatiekosten. Vanaf 2016 kunnen individuele grondeigenaren geen SNL-subsidie meer aanvragen bij de overheid. Dit loopt via agrarische collectieven, die enerzijds een contract met de overheid afsluiten en anderzijds contracten afsluiten met grondeigenaren. Zij krijgen daarmee een centrale rol in het nieuwe agrarisch natuurbeheer. Per provincie worden er enkele collectieven gevormd. Een collectief stelt gezamenlijk een gebiedsofferte op, waarmee zij afspraken maken met de overheid over de uit te voeren (beheer)taken en de vergoeding die zij daarvoor krijgen. Deze afspraken zijn gebaseerd op randvoorwaarden die vanuit de EU, het Rijk en de provincie vooraf zijn meegegeven. Individuele grondeigenaren sluiten in het nieuwe model een contract af met met het collectief en niet meer met de overheid. De uitbetaling van de subsidie verloopt daarmee ook via het collectief.

Afb 1. Het collectief als schakel tussen de overheid (voordeur) en de individuele grondgebruiker (achterdeur).

----

Vorming agrarische collectieven

Agrarische collectieven worden gevormd door agrarische natuurverenigingen. In Overijssel worden drie collectieven gevormd: Noordwest Overijssel (4 ANV’s), Centraal Overijssel (8 ANV’s) en Noordoost Twente (1 ANV). ANV Land & Schap zit in Centraal Overijssel en zet zich in voor de gemeenten Twenterand, Hellendoorn en Rijssen-Holten. Al enige tijd wordt door de ANV’s in Centraal Overijssel overlegd over de vorming van het collectief. Dat is een proces dat langzaam maar zeker vorm krijgt.

----

Natuurbeheerplan 2016

De provincie Overijssel betaalt subsidie aan grondeigenaren voor het uitvoeren van agrarisch natuurbeheer. Hiervoor heeft zij een subsidieregeling. Een belangrijk onderdeel van deze regeling is het natuurbeheerplan met daarbij de natuurbeheerplankaart. Hierop staat waarvoor in welke gebieden subsidie beschikbaar is (bijvoorbeeld weidevogelbeheer of botanisch grasland).

Voor de periode vanaf 2016 moet er een nieuwe kaart worden gemaakt. De agrarische collectieven en inliggende ANV’s hebben hier invloed op. Zij mogen meedenken en suggesties geven hoe de nieuwe kaart eruit gaat zien. Eind 2015 moet het natuurbeheerplan voor 2016 in concept klaar zijn.

----

Vlekkenkaart en Kansenkaart

De provincie Overijssel maakt met behulp van alle beschikbare informatie die zij heeft een concept natuurbeheerplankaart: de vlekkenkaart. Deze is met namen op ecologische potentie gebaseerd.

De agrarische collectieven hebben aangegeven zelf ook een concept kaart te willen maken: de kansenkaart. Op deze kaart worden alle gebieden aangegeven waar de ANV’s kansen zien voor agrarisch natuurbeheer, zowel vanuit ecologisch oogpunt als vanuit draagvlak onder de grondeigenaren om deel te nemen aan agrarisch natuurbeheer. Elke ANV brengt in haar eigen gebied  globaal de kansrijke gebieden met behulp van lokale kennis in beeld en levert input voor de gezamenlijke kaart die per collectief wordt opgesteld.

In de maanden augustus, september, oktober organiseert de provincie Overijssel vervolgens een aantal bijeenkomsten waar beide kaarten worden besproken. Dit moet uitmonden in één nieuwe kaart voor de periode vanaf 2016, op basis waarvan de agrarische collectieven een gebiedsofferte indienen bij de provincie. De verdeling van budgetten komt tegen die tijd ook aan de orde.

----

 

Contactpersonen:

Richard Neurink  06-25271695

Gerko Hopster    06-42406666

 

Meer informatie over de vorming van collectieven voor het agrarisch natuurbeheer kunt u vinden op de volgende websites:

www.toekomstglb.nl

www.drloket.nl

www.portaalnatuurenlandschap.nl

www.scan-collectieven.nl